Gezamenlijke workshop in Geel biedt nieuwe inzichten voor vergunningverlening insectenkweek

Op 5 november vond bij Thomas More in Geel (België) een gezamenlijke workshop plaats over de informatie en onderbouwingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige en goed gefundeerde vergunningverlening voor insectenkwekerijen. De bijeenkomst werd georganiseerd door het Fieldlab Circulair Verdienen met Insecten in de Peel in samenwerking met het Strategisch Platform Insecten uit België. De workshop bracht een brede vertegenwoordiging samen van Wageningen University & Research, Inagro, Vlaio, de Vlaamse overheid, Thomas More, Venik, deelnemende fieldlabpartners en diverse ondernemers uit de sector.

Vergunningverlening als sleutel voor verdere sectorontwikkeling

De insectensector ontwikkelt zich snel, maar vergunningverlening blijft in zowel Nederland als België een belangrijk knelpunt. Overheden hebben behoefte aan betrouwbare, praktijkgerichte gegevens om emissies, risico’s en processen goed te kunnen beoordelen. Voor ondernemers geldt dat onduidelijkheid over eisen en meetprotocollen leidt tot vertraging, hogere kosten en soms zelfs stagnatie van innovaties.

Tijdens de workshop werd daarom gezamenlijk onderzocht welke kennis al beschikbaar is en welke informatie nog ontbreekt. De vraag stond centraal: Hoe zorgen we dat vergunningverleners in beide landen over de juiste, onderbouwde gegevens beschikken om aanvragen efficiënt en zorgvuldig te beoordelen?

Praktijkmetingen als fundament

Een belangrijk inzicht uit de sessie is dat metingen op praktijkschaal essentieel zijn om betrouwbare data te verzamelen. Het gaat daarbij om emissiemetingen, procesmonitoring, risicoschattingen en gegevens over stal- en klimaatomstandigheden. Deze informatie vormt de basis voor een eenduidige, transparante en internationaal toepasbare aanpak.

In Nederland en België bestaan al verschillende onderzoeksfaciliteiten, waaronder de praktijkomgevingen van Thomas More in Geel en de toekomstige onderzoeks- en innovatiemogelijkheden in het Peelgebied. De regio’s lijken sterk op elkaar: vergelijkbare zandgronden, vergelijkbare schaal van agrarische bedrijven en vergelijkbare vraagstukken rond milieu, reststromen en energie. Hierdoor liggen er grote kansen om de meetinspanningen op elkaar af te stemmen.

Samen optrekken: kennis bundelen, dubbel werk voorkomen

De deelnemers onderzochten hoe beide landen elkaar kunnen versterken. Zo werd gekeken naar:

  • het delen van bestaande meetprotocollen en onderzoeksresultaten;
  • het op elkaar afstemmen van praktijktesten zodat datasets beter vergelijkbaar worden;
  • het benutten van elkaars infrastructuur, van pilots tot labfaciliteiten;
  • het voorkomen van dubbel werk, zowel voor onderzoekers als ondernemers;
  • het gezamenlijk ontwikkelen van onderbouwingen die vergunningverleners in beide landen kunnen gebruiken.

De inzet is een duidelijke win-winsituatie: door grensoverschrijdend samen te werken, kan de sector sneller beschikken over solide, praktijkgerichte kennis die de basis vormt voor consistente en voorspelbare vergunningprocedures.

Naar een grensoverschrijdende aanpak

De workshop markeert een belangrijke stap richting een gecoördineerde internationale aanpak voor vergunningverlening. Door de verbinding tussen de Peelregio en het kenniscluster rond Geel ontstaat een stevige basis om gezamenlijke meetprotocollen, onderzoeksprogramma’s en onderbouwingen vorm te geven. Voor zowel ondernemers als overheden levert dit duidelijkheid, versnelling en kwaliteitsverbetering op.

De betrokken organisaties kijken terug op een waardevolle en constructieve bijeenkomst. De komende periode worden vervolgafspraken uitgewerkt en wordt gewerkt aan een gezamenlijke onderzoeks- en meetagenda. Hiermee zetten Nederland en België een belangrijke stap richting een transparante, toekomstbestendige en onderbouwde vergunningverlening voor de insectensector.

Scroll naar boven