De Peel als praktijklokaal: met studenten langs de locaties van Fieldlab Circulair verdienen met insecten in de Peel

Hoe benut je reststromen beter? Welke rol kunnen insecten daarin spelen? En hoe hangen die vragen samen met bodemkwaliteit, water, natuur en het economisch perspectief voor De Peel? Op 16 juni gingen internationale studenten van Wageningen University & Research met Fieldlab Circulair verdienen met insecten in de Peel op pad. Niet om deze vraagstukken vanuit een collegezaal te bekijken, maar op de plekken waar ondernemers en onderzoekers er in de praktijk aan werken.

Het Fieldlab maakt gebruik van verschillende locaties in De Peel. Samen vormen ze als het ware een praktijkomgeving waarin verschillende onderdelen van nieuwe circulaire ketens zichtbaar worden. Tijdens de tour bezochten de studenten vier van deze locaties.

Beginnen bij de gebiedsopgave

De dag begon op de Eiwitcampus in Beers, de uitvalsbasis van het Fieldlab. Marian Peters en Wouter Simons namen de studenten mee in de ontwikkelingen binnen het Fieldlab en de bredere opgave voor De Peel.

De regio staat voor een complexe transitie. Landbouw, natuur, waterkwaliteit en bodemgebruik komen er letterlijk en figuurlijk dicht bij elkaar. Tegelijkertijd is er behoefte aan economische activiteiten waarmee ondernemers ook op langere termijn een bestaan kunnen opbouwen. Dat vraagt niet om één oplossing, maar om nieuwe combinaties van landbouw, grondstoffen, technologie en bedrijvigheid.

Insecten kunnen daarin een rol spelen. In de regio zijn veel organische reststromen beschikbaar die nu relatief laagwaardig worden benut. Niet iedere reststroom mag echter worden ingezet als substraat voor insecten die vervolgens in bijvoorbeeld diervoeding worden gebruikt. Wet- en regelgeving stelt daar terecht eisen aan vanuit onder meer voedsel- en voederveiligheid.

Voor het Fieldlab ligt daar tegelijkertijd een onderzoeksvraag: kunnen nieuwe technieken ervoor zorgen dat bepaalde stromen in de toekomst veilig en verantwoord hoogwaardiger kunnen worden benut? Binnen het Fieldlab wordt daarom onder andere gekeken naar bioremediatie: processen waarbij biologische mechanismen worden gebruikt om ongewenste stoffen af te breken of te verminderen. Dat betekent niet dat deze reststromen daarmee nu al kunnen worden toegepast. Het onderzoek moet juist inzicht geven in wat technisch mogelijk is, wat veilig kan en welke onderbouwing daarvoor nodig is.

Van reststroom naar veevoer

Bij Nijsen werd dat vraagstuk vervolgens heel concreet. Karel van der Velde liet zien hoe het bedrijf reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie verwerkt tot grondstoffen voor veevoer.

Tijdens een rondgang door de fabriek zagen de studenten welke producten binnenkomen, hoe deze worden verwerkt en welke voeders daar uiteindelijk uit ontstaan. Daarmee werd ook zichtbaar dat een reststroom niet automatisch afval is. Samenstelling, voedselveiligheid, logistiek, verwerkingstechniek, wetgeving én economische waarde bepalen welke toepassing mogelijk is.

Juist die combinatie maakt hoogwaardige verwaarding ingewikkelder dan ze op papier soms lijkt. Technisch kan er veel, maar een nieuwe toepassing moet ook passen binnen wettelijke kaders en economisch uitvoerbaar zijn.

Voor de studenten leverde het bezoek daarmee een andere blik op veevoer en ingrediënten op. De vragen bleven komen, maar de volgende locatie wachtte.

Zelf zien hoe insectenkweek werkt

Bij Insect School in America verschoof het perspectief van veevoer naar insectenkweek. Bina Roovers liet de studenten zien wat nodig is om larven van de Black Soldier Fly (BSF) te kweken en welke stappen in het productieproces worden doorlopen.

Daar kwamen verschillende lijnen van de dag bij elkaar. Wat heeft een insect biologisch nodig? Welke voedingsstromen zijn geschikt? Hoe organiseer je een stabiel kweekproces? En misschien minstens zo belangrijk: onder welke omstandigheden kan insectenkweek ook economisch functioneren?

Dat laatste is belangrijk voor het Fieldlab. Insecten zijn geen doel op zichzelf. De vraag is waar ze binnen een keten daadwerkelijk waarde kunnen toevoegen, bijvoorbeeld door beschikbare nutriënten opnieuw te benutten of grondstoffen te produceren die elders in de keten inzetbaar zijn.

Frass, bodem en water

De laatste stop bracht de groep naar een heel andere praktijkomgeving: een veld met miscanthus waar sinds dit voorjaar een proef met frass loopt. Het gewas had sinds de start van het groeiseizoen al een indrukwekkende hoogte bereikt. Het veld zelf ingaan was daardoor nauwelijks meer mogelijk.

Olaf Duisters van Feed and Food Productions vertelde over de proef en de vragen die daarbij centraal staan. Frass bevat nutriënten en organische stof en kan daarmee mogelijk meer betekenen dan alleen het leveren van voeding aan een gewas. In de proef wordt daarom ook gekeken naar mogelijke effecten op de bodem en de relatie met waterkwaliteit.

Dat is juist op de schrale zandgronden van De Peel relevant. Verbetering van de bodemstructuur en het vermogen van een bodem om water en nutriënten vast te houden kunnen bijdragen aan een robuuster landbouwsysteem. Welke effecten frass daarin daadwerkelijk heeft, moet uit het onderzoek blijken.

Het gebied tussen de locaties

Ook de kilometers tussen de verschillende bezoeken hoorden deze dag bij het programma. Op weg van America naar het proefveld reed de groep langs Nationaal Park De Groote Peel. Vanuit de bus werd zichtbaar hoe landbouw, natuur en andere functies in dit gebied dicht naast elkaar liggen.

Dat maakt ook duidelijk waarom veranderingen rondom natuurgebieden gevolgen kunnen hebben voor ondernemers en grondgebruik in de omgeving. Nieuwe zones, beperkingen of veranderingen in toegestane activiteiten kunnen invloed hebben op bedrijven en teelten. Welke gevolgen precies optreden, hangt af van de uiteindelijke regels en uitwerking.

Het onderstreept vooral waarom het Fieldlab niet alleen naar één techniek of één keten kijkt. Nieuwe economische dragers moeten passen bij de werkelijkheid van het gebied: een regio waarin landbouw en ondernemerschap belangrijk zijn, maar waarin tegelijkertijd grote opgaven liggen rond natuur, water en bodem.

Zelf het Fieldlab bezoeken?

De locaties van Fieldlab Circulair verdienen met insecten in de Peel zijn niet alleen bedoeld voor onderzoek. We willen de praktijk en de lessen die daar worden opgedaan ook toegankelijk maken voor anderen.

Daarom organiseren we op aanvraag tours voor groepen door De Peel. Afhankelijk van de achtergrond en vragen van een groep stellen we een programma op maat samen. Een bezoek kan bijvoorbeeld draaien om insectenkweek en reststromen, circulaire veevoeders, bodem en frass, nieuwe regionale ketens of juist de bredere transitie van De Peel.

Welke locaties kunnen worden bezocht, verschilt per seizoen en is mede afhankelijk van de proeven en activiteiten die op dat moment plaatsvinden. Juist daardoor laat iedere tour weer een ander deel van het Fieldlab zien.

Met een groep, opleiding, bedrijf of organisatie De Peel en het Fieldlab in de praktijk bekijken? Neem contact met ons op. Samen stellen we een programma samen dat aansluit bij jullie vragen en interesses.

Scroll naar boven