Hoe kunnen kleine pluimveehouders beter gebruikmaken van regionale grondstoffen en tegelijkertijd minder afhankelijk worden van geïmporteerde eiwitten? Binnen Fieldlab Circulair Verdienen met Insecten in de Peel wordt onderzocht of een regionale kringloop hiervoor een haalbare oplossing kan bieden.
Het vertrekpunt van het onderzoek is de bodem. Op regionale landbouwgrond worden granen en andere voedergewassen geteeld. Reststromen uit de voedselketen kunnen vervolgens dienen als voedingsbron voor insecten. Deze insecten vormen een natuurlijke eiwitbron voor pluimvee, terwijl de frass die tijdens de kweek ontstaat weer kan worden ingezet als bodemverbeteraar. Zo ontstaat een kringloop waarin bodem, gewassen, insecten en pluimvee met elkaar verbonden zijn.

De centrale vraag is of deze aanpak ook praktisch en economisch uitvoerbaar is voor kleinere pluimveebedrijven. Daarom wordt gewerkt aan een businesscase voor een compact en schaalbaar systeem waarmee insecten op of nabij het eigen bedrijf kunnen worden geproduceerd met behulp van regionale reststromen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de technische mogelijkheden, maar ook naar de gevolgen voor de bedrijfsvoering en de economische haalbaarheid.
In de komende periode brengen de betrokken partners de verschillende onderdelen van deze keten verder in beeld. Daarbij wordt onder meer gekeken naar logistiek, wet- en regelgeving, de beschikbaarheid van geschikte reststromen en de financiële onderbouwing. Ook wordt onderzocht welke bijdrage deze regionale aanpak kan leveren aan een efficiënter gebruik van grondstoffen en een robuustere voedselketen.
Het onderzoek moet uiteindelijk inzicht geven in de voorwaarden waaronder een dergelijke regionale kringloop kan functioneren. Daarmee ontstaat een onderbouwde basis om te beoordelen of deze aanpak perspectief biedt voor kleine pluimveebedrijven die hun bedrijfsvoering verder willen verduurzamen en beter willen aansluiten op regionale kringlopen.


