Circulaire ketens in De Peel: is het fieldlab een must-have?

Wat betekent de krimp van de agrarische sector voor de economie van De Peel? En welke nieuwe circulaire ketens kunnen daar ruimte voor bieden? Over die vragen gingen op 27 augustus zo’n veertig vertegenwoordigers van overheden, kennisinstellingen, bedrijven en regionale organisaties met elkaar in gesprek op de Eiwitcampus in Beers.

Ruimte voor circulaire ketens in De Peel

Hans Corsten opende de middag met de opgave waar De Peel voor staat. Door beëindigingsregelingen en nieuwe eisen aan de landbouw neemt de agro-economie in de regio naar verwachting met ongeveer een kwart af. Dat raakt ook de bedrijvigheid eromheen: de voeromzet daalt en reststromen worden een kostenpost. Tegelijk biedt deze ontwikkeling ruimte voor nieuwe circulaire ketens die bijdragen aan economie, leefbaarheid en natuur in het gebied.

Van insecten naar circulaire ketenontwikkeling

Wouter Simons lichtte vervolgens toe hoe het fieldlab zich de afgelopen periode heeft ontwikkeld. Opschaling van grootschalige insectenproductie blijkt lastiger dan verwacht en regelgeving beperkt nog veel hoogwaardige toepassingen van reststromen. Tegelijk is de kennis over bioconversie, contaminanten, frass en het opwaarderen van reststromen sterk gegroeid. Het uitgangspunt is daardoor verschoven: de reststroom bepaalt welke route kansrijk is en de technologie ondersteunt dat. Insecten zijn daarin één van de middelen, naast schimmels, bacteriën en enzymen. Het fieldlab ontwikkelt zich zo tot een programma voor circulaire ketenontwikkeling, met verdienmodellen voor organische reststromen als kern.

De Peel in Europees perspectief

Marcel Claus, senior adviseur bij de gemeente Venray, plaatste de opgave in een breder kader. De landbouwtransitie speelt ook in Noordrijn-Westfalen, Vlaanderen en de rest van Europa. Europa zoekt naar circulariteit, biobased materialen, betere bodem- en waterkwaliteit en minder afhankelijkheid van import van eiwitten en grondstoffen. De Peel heeft daarvoor sterke bouwstenen in agrifood, maakindustrie en kennis. Het fieldlab kan die bouwstenen verbinden tot een ecosysteem en De Peel zo neerzetten als Europese proeftuin voor circulaire ketens.

Bredere positionering

In de discussie stond de vraag centraal of het fieldlab een must-have is voor De Peel. De provincies Noord-Brabant en Limburg gaven vooraf mee dat zij insecten zien als onderdeel van een bredere circulaire aanpak, met kansen in onder meer de groene chemie en de verwerking van gescheiden ingezameld GFE. Vanuit AgriFoodCapital werd die brede positionering onderschreven. Spreken over insecten als bioconversie in plaats van over insectenkweek helpt het draagvlak, omdat insecten dan zichtbaar worden als natuurlijke katalysator in een circulair proces. Op de vraag of het fieldlab een must-have is, was het antwoord vanuit AgriFoodCapital bevestigend.

Vanuit het ministerie van LVVN werd het fieldlab gezien als een interessant spoor voor het toekomstperspectief van de agrosector, met name voor technische toepassingen en diervoeder. CirkelWaarde/ROVA wees op de bijdrage aan klimaatdoelen wanneer chemische stoffen worden vervangen door biobased alternatieven. Ook de mogelijke bijdrage van frass aan weerbaardere gewassen en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kwam aan bod.

Reststromen bundelen en afnemers betrekken

Duynie Feed schetste hoe de krimp van de veestapel de afzet van restproducten in de diervoedersector onder druk zet, terwijl het aanbod van reststromen groeit. Voor kleinere stromen zijn de kosten van certificering vaak te hoog. Deelnemers benadrukten daarom het belang van het slim bundelen van kleine en laagwaardige stromen zodat voldoende volume ontstaat. Ook werd opgeroepen om snelheid te maken, omdat verdwenen verwerkingsinfrastructuur moeilijk opnieuw op te bouwen is.

Insectenkwekerij ’t Worteleind uit Leende deelde haar praktijkervaring. De afzet van de insecten is geregeld, frass blijft als restproduct over. Hoogwaardige toepassingen voor frass zouden het verdienvermogen van insectenkwekers versterken. CirkelWaarde/ROVA gaf tot slot mee dat circulaire initiatieven vaak stranden wanneer afnemers te laat aanhaken. Het fieldlab wil daarom vanaf het begin laten zien voor wie een toepassing waarde heeft en hoe daar een haalbare keten omheen ontstaat.

Hoe verder?

De inbreng van de middag wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het fieldlab en de samenwerking met partners. Wilt u meedenken of aansluiten bij het fieldlab? Neem dan contact met ons op.

Scroll naar boven